Niet bezwarende functie
Sommige medewerkers vervullen een functie die niet-bezwarend is, maar vroeger wel recht gaf op FLO-ontslag.
Deze medewerkers vallen in twee groepen uiteen:
- Met overgangsrecht:
- medewerkers die na 1949 zijn geboren en die op 1 januari 2006 twintig dienstjaren of meer hadden in een functie waaraan een FLO-leeftijd verbonden was
- medewerkers die geboren zijn vóór 1950 en recht hebben op een FPU-uitkering
- Zonder overgangsrecht:
- medewerkers die na 1949 zijn geboren
- en die op 1 januari 2006 minder dan twintig dienstjaren hadden in de FLO-functie.
Medewerker geboren na 1949, met op 1 januari 2006 twintig dienstjaren of meer
Deze medewerker krijgt over zijn twintig dienstjaren die direct voorafgaan aan 1 januari 2006 een levensloopbijdrage van 2% van zijn jaarsalaris in die jaren. De levensloopbijdrage van 2% is niet pensioengevend. Omdat het achterhalen van de jaarsalarissen van jaren terug niet altijd even makkelijk is of zelfs niet mogelijk is, heeft het CvA hiervoor een Handreiking (Advies CvA vaststellen hoogte 20 x 2% jaarsalaris aan levensloopbijdrage) gegeven.
Na 2006 krijgt de medewerker de reguliere werkgeversbijdrage levensloop van 1,5%.
Deze werkgeversbijdrage levensloop is pensioengevend.
Medewerker geboren vóór 1950
Op deze medewerker is de oude FPU-regeling van toepassing.
Hieraan zijn twee voorwaarden verbonden:
- De medewerker is geboren vóór 1950
- De medewerker was op 1 april 1997 deelnemer van het ABP en is dat sindsdien onafgebroken gebleven
De medewerker die een FPU-uitkering aanvraagt en ontvangt, heeft twee mogelijkheden:
- Hij krijgt FPU-ontslag op de leeftijd van 60 jaar en drie maanden. Tot de leeftijd van 62 jaar wordt de FPU-uitkering aangevuld tot 80% van de bezoldiging; daarna wordt de FPU-uitkering aangevuld tot 70%.
- Hij krijgt FPU-ontslag op enig moment na de leeftijd van 60 jaar en drie maanden. De FPU-uitkering wordt aangevuld conform de regels van de FPU-gemeenten.
Welke optie financieel gunstiger is, verschilt per medewerker. Het is van belang of de medewerker eerder wil stoppen met werken of juist langer wil doorwerken. Ook de spilleeftijd voor de FPU is van belang.
De aanvulling wordt mogelijk gekort als de medewerker na zijn FPU-ontslag inkomsten gaat genieten. De korting is gelijk aan het bedrag dat de FPU-uitkering, de aanvulling en de nieuwe inkomsten tezamen de oude bezoldiging overstijgen.
Medewerker geboren na 1949, met op 1 januari 2006 minder dan twintig dienstjaren
Deze medewerkers vallen onder de reguliere regels van de CAR-UWO, zonder FLO-overgangsrecht. Zij krijgen geen verhoogde werkgeversbijdrage levensloop in verband met FLO-overgangsrecht, maar de reguliere werkgeversbijdrage levensloop van 1,5%.
Meer informatie
- Ledenbrief 06/92, CvA/LOGA 06/20, Hervorming FLO: CAR-teksten (7 juni 2006)
- Ledenbrief 06/114, CvA/LOGA 06/28, Uitleg CAR-teksten hervorming FLO (5 juli 2006)
CAR-UWO artikel
9b:46 tot en met 9b:49
Lees de letterlijke tekst van deze artikelen
Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.