Arbeidstijden
De werkgever stelt een werktijdenregeling vast met in acht neming van de eisen die de bedrijfsvoering stelt. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de grenzen die de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit voor de ambulancezorg stelt
Werktijdenregeling algemeen
De werkgever stelt een werktijdenregeling vast. Indien er wisselende werktijden gelden, wordt daarvan een rooster opgesteld. Deze moet tenminste een maand voor aanvang bekend gemaakt worden aan de betrokken medewerker.
Voor de werktijdenregeling geldt dat:
- De medewerker recht heeft op een pauze als langer dan 5,5 uur aangesloten wordt gewerkt. Deze pauze bedraagt minimaal een half uur.
- De medewerker verplicht kan worden op zondag te werken, als de werkgever dit noodzakelijk acht. De medewerker heeft overigens wel recht op 13 vrije zondagen per jaar.
- De maximale arbeidsduur per dag 10 uren bedraagt. Over een periode van vier weken mag er gemiddeld maximaal 50 uren per week worden gewerkt en over een periode van 13 weken maximaal 45 uren.
Feestdagen
Voor ambulancepersoneel gelden de volgende feestdagen:
- nieuwjaarsdag,
- tweede paasdag,
- hemelvaartsdag,
- tweede pinksterdag,
- de verjaardag van de koningin,
- de beide kerstdagen en andere kerkelijke of nationale, landelijke, regionale of plaatselijk erkende feestdagen die door de werkgever als zodanig zijn aangewezen.
Nachtdiensten
Voor nachtdiensten geldt dat:
- Er 9 uren per nachtdienst gewerkt mag worden.
- Er 40 uren gemiddeld per week over een periode van 13 weken gewerkt mag worden.
- Er na een nachtdienst een minimale rusttijd van 14 uur geldt, welke éénmaal per periode van 7 x 24 uur ingekort mag worden tot 8 uur.
- Een medewerker in een periode van 13 weken ten hoogste 35 nachtdiensten mag draaien.
- Als een nachtdienst op of voor 02.00 uur eindigt dit aantal van 35 nachtdiensten verhoogd kan worden tot 52 nachtdiensten per 13 weken.
Overwerk
Voor een medewerker in de ambulancesector die overwerkt zijn de grenzen van de maximale arbeidsduur ruimer. In geval van overwerk mag een dienst dan maximaal 12 uren bedragen, per week ten hoogste 60 uren, en per 13 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week. Als er tijdens nachtdiensten wordt overgewerkt, bedraagt de arbeidsduur per nachtdienst ten hoogste 10 uren, en ten hoogste gemiddeld 40 uren per week over een periode van 13 achtereenvolgende weken.
Consignatiediensten
De werkgever kan de medewerker verplichten consignatiediensten te verrichten. Een voorwaarde is dat het in het belang van de dienst is. Tevens kan de werkgever de medewerker verplichten de pauze tijdens deze dienst op de arbeidsplaats door te brengen.
Aanwezigheidsdiensten
De werkgever kan de medewerker verplichten aanwezigheidsdiensten te verrichten, als dat in het dienstbelang is. Hierbij geldt dat:
- In een periode van 7 maal 24 uur de medewerker ten hoogste 3 aanwezigheidsdiensten van maximaal 24 uren draait.
- In een periode van 13 weken er maximaal 26 aanwezigheidsdiensten gedraaid kunnen worden.
- Voor en na de aanwezigheidsdienst de medewerker een onafgebroken rusttijd heeft van tenminste 11 uren. Deze rusttijd mag in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uur worden ingekort tot eenmaal ten minste 10 uren en eenmaal ten minste 8 uren. Dit mag overigens niet in de tijdruimte gelegen tussen vrijdag 18.00 uur en de daaropvolgende maandag 08.00 uur.
- Als de medewerker niet meer dan 5 uren arbeid verricht, het aantal aanwezigheidsdiensten per periode van 7 maal 24 uur uitgebreid kan worden naar 5 van ten hoogste 12 uren, en 26 aanwezigheidsdiensten in een periode van 13 weken. De periode tussen vrijdag 18.00 uur en maandag 08.00 uur is hier niet van uitgesloten.
- Tijdens een aanwezigheidsdienst die al 10 uren voortduurt de medewerker recht heeft op een rusttijd van tenminste 6 uren.
In geval van overwerk geldt voorts dat: de minimale onafgebroken rusttijd in plaats van 11 uren, 12 uren bedraagt.
Bereikbaarheidsdiensten
Het college kan de medewerker verplichten bereikbaarheidsdiensten te verrichten, als dit in het dienstbelang is. Hierbij geldt dat:
- In elke periode van 7 maal 24 uren de medewerker ten hoogste drie keer een bereikbaarheidsdienst opgelegd kan worden.
- In elke periode van 13 weken de medewerker ten hoogste 37 keer een bereikbaarheidsdienst opgelegd kan worden.
CAR-UWO artikel
Artikel 19a:13
Artikel 19a:14
Artikel 19a:15
Artikel 19a:16
Artikel 19a:17
Artikel 19a:18
Artikel 19a:19
Artikel 19a:20
Artikel 19a:21
Artikel 19a:22
Lees de letterlijke tekst van deze artikelen
Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.