Zoeken

Bezoldiging bij ziekte


Ziek op of na 1 januari 2004: de medewerker die ziek is geworden op of na 1 januari 2004, heeft gedurende 6 maanden recht op doorbetaling van zijn volledige bezoldiging. Na 6 maanden wordt de bezoldiging voor 90% uitbetaald, na 12 maanden wordt de bezoldiging voor 75% uitbetaald. Na 24 maanden heeft de medewerker recht op 70% van zijn bezoldiging.

Deze percentages gelden met ingang van 1 januari 2006. Op 1 januari 2006 stelt het college de duur van de ziekte vast. De hoogte van de loondoorbetaling wordt op dit datum bepaald afhankelijk van de duur van de ziekte.

Voorwaarden
Het recht op doorbetaling van de bezoldiging geldt voor iedere medewerker, die wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Hierbij gaat het er om dat de medewerker zijn eigen betrekking niet kan vervullen.

Als een medewerker langere tijd ziek is, bepaalt niet de werkgever, de medewerker of diens huisarts of een medewerker ziek is, maar geeft de bedrijfsarts hierover een oordeel. De bedrijfsarts kan daarvoor een medisch onderzoek verrichten. Uiterlijk binnen drie weken na aanvang ziekte is er contact tussen de arbodienst en de zieke medewerker.

De hoogte van de door te betalen bezoldiging
Ziek op of na 1 januari 2004

  • Gedurende de eerste 6 maanden van ziekte wordt de volledige bezoldiging doorbetaald. Na 6 maanden wordt de bezoldiging voor 90% uitbetaald, na 12 maanden wordt de bezoldiging voor 75% uitbetaald. Na 24 maanden word de bezoldiging voor 70% uitbetaald.
  • Deze percentages gelden met ingang van 1 januari 2006. Op 1 januari 2006 stelt het college de duur van de ziekte vast. De hoogte van de loondoorbetaling wordt op dit datum bepaald afhankelijk van de duur van de ziekte.
  • De hoogte van de door te betalen bezoldiging is nooit meer dan iemand zou krijgen als hij niet ziek was geweest. Dit betekent dat de medewerker van wie de bezoldiging is teruggebracht in verband met de oude seniorenregeling, recht heeft op doorbetaling van de verlaagde bezoldiging. Iemand die gedeeltelijk betaald buitengewoon verlof geniet, heeft recht op doorbetaling van de gedeeltelijke bezoldiging. Iemand die (onvolledig)onbetaald verlof geniet, krijgt tijdens ziekte geen bezoldiging doorbetaald.

100% doorbetaling bezoldiging
De ambtenaar heeft recht op doorbetaling van zijn volledige bezoldiging over de uren waarop hij:

  • zijn arbeid verricht;
  • passende arbeid verricht;
  • werkzaamheden in het kader van de reïntegratie verricht;
  • scholing volgt in het kader van zijn reïntegratie.

Als sprake is van een dienstongeval heeft de medewerker ook na 6 maanden recht op doorbetaling van de volledige bezoldiging.

Bonus
De medewerker heeft na afloop van het eerste ziektejaar recht op deze bonus. De medewerker die ten minste 50% van zijn formele arbeidsduur zijn arbeid, passende arbeid, werkzaamheden in het kader van zijn reintegratie verricht of scholing volgt in het kader van zijn reintegratie heeft recht op een extra percentage 5%, berekend over de bezoldiging waar hij recht op heeft. Hierbij geldt als maximum de eigen bezoldiging. 

De vraag of iemand in aanmerking komt voor de bonus kan per kalendermaand worden bekeken. Als iemand in een maand van vier weken drie weken 60% werkt, komt hij niet in aanmerking voor de bonus. Hij werkt gemiddeld in die maand namelijk (3 x 60) / 4 = 45%. Werkt hij drie weken lang 70%, dan komt hij volgens deze methode over die maand wel voor de bonus in aanmerking. Hij werkt dan immers (3 x 70) / 4 = 52,5%.
Het percentage voor de berekening van meer of minder dan 50% werken wordt verkregen door het daadwerkelijke aantal uren in de maand te delen door het aantal formeel te werken uren in die maand. Als iemand in een maand 156 uur kan werken en hij heeft er in totaal 85 gewerkt, heeft hij in die maand 85/156 = 54,5% gewerkt
.

Hardheidsclausule loondoorbetaling bij ziekte
Een medewerker die ziek is, wordt na zes maanden gekort op zijn bezoldiging. Bij individuele gevallen van terminale ziekte kan het college een beroep doen op de hardheidsclausule. In die gevallen zal de afweging worden gemaakt of ook na de afloop van de termijn van zes maanden de volledige bezoldiging wordt doorbetaald.

Het lijden aan een terminale ziekte houdt niet altijd in dat de medewerker naar verwachting op korte termijn zal sterven. Wel zal er bij een terminale ziekte op enig moment sprake zijn van het op korte termijn ernstig in gevaar zijn van het leven. Ook het hebben van een levensbedreigende, chronische ziekte geeft niet zonder meer recht op volledige doorbetaling van de bezoldiging. Ook hier geldt dat pas sprake is van recht op doorbetaling van de volledige bezoldiging als de gezondheid van de medewerker met een chronische ziekte op korte termijn ernstig gevaar loopt. In die gevallen zal de afweging worden gemaakt of een korting op de bezoldiging wenselijk is. Het college kan bij de afweging of de korting doorgang moet vinden het advies van de bedrijfsarts betrekken.

Minimumloongarantie
De medewerker heeft tijdens zijn ziekte in ieder geval recht op het minimumloon, berekend naar rato van de omvang van de dienstbetrekking. Of iemand in aanmerking komt voor deze minimumloongarantie wordt beoordeeld aan de hand van alle inkomenscomponenten, te weten de doorbetaling over de zieke uren, de doorbetaling over de uren dat iemand 100% van zijn bezoldiging krijgt en de bonus.

Zwangerschapsgerelateerde ziekte voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof
Gedurende de periode dat een vrouwelijke medewerker ziek is wegens haar zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof, vindt een opschorting van de hoogte van het percentage van de loondoorbetaling plaats. Dit betekent dat een medewerker die tijdens haar ziekte zwangerschapsgerelateerde klachten krijgt en op dat moment recht heeft op 90% van haar bezoldiging, gedurende deze periode recht blijft behouden op deze 90% tot na het zwangerschaps- en bevallingsverlof of zoveel eerder als de zwangerschapsgerelateerde klachten ophouden te bestaan.

  • Voorbeeld
    Een medewerkster is ziek met ingang van 1 januari 2009. Met ingang van 1 juli heeft zij recht op 90% doorbetaling van haar bezoldiging. Vanaf 1 augustus tot 1 november heeft zij last van zwangerschapsgerelateerde klachten. Over deze periode behoudt zij recht op 90% van haar bezoldiging, deze maanden tellenniet mee voor de berekening van de hoogte van de loondoorbetaling. De medewerkster gaat van 1 november tot 1 maart met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft de medewerkster recht op 100% van haar bezoldiging. Na afloop van het verlof is zij nog steeds ziek als gevolg van haar zwangerschap. Vanaf dat moment beginnen de perioden waarover de hoogte van de loondoorbetaling moet worden berekend weer door te lopen. Dit betekent dat zij met ingang van 1 augustus 2010 (in 2009 heeft zij over de maand juli 90% van haar bezoldiging uitbetaald gekregen, er resteren nog 5 maanden) recht heeft op 75% van haar bezoldiging.

Periodieke salarisverhogingen en doorbetaling van vergoedingen en toelagen
De werkgever stelt vast of periodieke salarisverhogingen, die de medewerker zou krijgen als hij niet ziek was geweest, ook tijdens ziekte toegekend worden.
Tijdens ziekte moet moeten ook vergoedingen en toelagen worden doorbetaald. Voor de toelage onregelmatige dienst, de overgangstoelage onregelmatige dienst en de prestatiebeloning moet in een lokale regeling worden vastgesteld welke referteperiode geldt.

  • Voorbeeld
    Lokaal heeft een gemeente vastgesteld dat een referte-tijdvak van 3 maanden geldt. Een medewerker wordt per 1 april ziek. De toelage onregelmatige dienst was in januari 100 euro, in februari 200 euro en in maart 30 euro. Per 1 april bestaat de wegens ziekte door te betalen bezoldiging dus uit het salaris, verhoogd met (100+200+30)/3 = 110 euro.

Soms ziek, soms beter
Wanneer een medewerker afwisselend (gedeeltelijk) ziek en volledig beter is, wordt de ziekte als voortzetting van een eerdere ziekte beschouwd, als deze plaatsvindt binnen vier weken na herstel. Voor de berekening van de periode van de hoogte van de loondoorbetaling worden alleen de periodes van ziekte bij elkaar opgeteld. De periode van bijvoorbeeld 6 maanden wordt dus verlengd met de periode van volledig herstel van korter dan 4 weken. Duurt de periode van volledig herstel langer dan 4 weken dan begint bij opnieuw ingetreden ziekte een nieuwe termijn van 6 maanden.

  • Voorbeeld
    Vanaf 1 januari 2009 is een medewerker ziek. Op 1 juli 2009 herstelt hij volledig. Na twee weken wordt hij echter weer ziek en blijft dat. De bezoldiging van deze medewerker wordt met ingang van 15 juli 2009 voor 90% uitbetaald.
  • Voorbeeld
    Een medewerker is vanaf 1 januari 2009 ziek. Op 30 juni 2009 wordt hij volledig beter. Op 15 augustus 2009 wordt hij echter weer ziek. Per 15 augustus 2009 begint dan een nieuwe periode van 6 maanden.

Uit het gelijke behandelingsrecht vloeit voort dat de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof niet aangemerkt mag worden als ziekte. Dit heeft tot gevolg dat ziekteperioden die onderbroken worden door het zwangerschaps- en bevallingsverlof in principe niet mogen worden samengeteld aangezien er door het verlof een onderbreking van vier weken of meer plaatsvindt tussen de ziekteperioden. Indien de ziekte echter direct voorafgaat aan en direct aansluit op het zwangerschaps- en bevallingsverlof én de ziekte moet redelijkerwijs worden geacht voort te vloeien uit dezelfde oorzaak, worden de ziekteperioden samengeteld.

Hieronder zijn een aantal voorbeelden opgenomen.

  • Voorbeeld
    Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2006. Op 15 maart 2009 herstelt zij. Op 29 maart 2006 gaat zij met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Zij zou op 19 juli 2006 weer moeten gaan werken. Op dat moment is zij echter ziek. Omdat de medewerkster voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof niet ziek was, geldt het zwangerschaps- en bevallingsverlof als onderbreking van 4 weken of meer. Daardoor geldt 19 juli 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor het terugbrengen van de bezoldiging begint te lopen. Dit betekent dat op 19 januari 2007 (dit is 6 maanden na 20 juli 2006) de bezoldiging wordt teruggebracht tot 90%. Op 19 juli 2007 wordt de bezoldiging vervolgens teruggebracht naar 75% en per 19 juli 2008 naar 70%.
  • Voorbeeld
    Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2009. Op 30 juni 2009 gaat zij met zwangerschaps- en bevallingsverlof tot en met 20 augustus 2006. Op 21 augustus 2006 zou zij weer moeten gaan werken. Echter, zij is op dat moment nog ziek. Er zijn twee mogelijkheden.
  • Mogelijkheid A
    De ziekte na het zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft dezelfde oorzaak als de ziekte voor dat verlof. In dit geval geldt 1 januari 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor terugbrengen van de bezoldiging begint te lopen. Dit betekent dat de bezoldiging op 21 oktober 2006 (dit is 6 maanden + 16 weken na 1 januari 2006) wordt teruggebracht naar 90%. Op 21 april 2007 wordt de bezoldiging vervolgens teruggebracht naar 75% en per 21 april 2008 naar 70%.
  • Mogelijkheid B
    De ziekte na het zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft een andere oorzaak dan de ziekte voor dat verlof. In dit geval geldt 21 augustus 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor het terugbrengen van de bezoldiging begint te lopen. Dit betekent dat op 21 februari 2007 (dit is 6 maanden na 21 augustus 2006) de bezoldiging wordt teruggebracht tot 90%. Op 21 augustus 2007 wordt de bezoldiging vervolgens teruggebracht naar 75% en per 21 augustus 2008 naar 70%.

Pensioenopbouw en premie
In het Pensioenreglement van het ABP is opgenomen dat in geval de medewerker vanwege ziekte niet volledig in het genot is van zijn inkomen, bij de berekening van het pensioengevend inkomen wordt uitgegaan van het inkomen dat voor de medewerker zou hebben gegolden als hij niet ziek zou zijn geweest. De pensioenopbouw wordt bij ziekte dus op dezelfde manier voortgezet. De premie die moet worden afgedragen is ook conform de bezoldiging zoals zou gelden als de medewerker niet ziek was. In de pensioenovereenkomst is echter wel afgesproken dat de werkgever de premie op de werknemer verhaalt naar rato van de bezoldiging tijdens ziekte. De werkgever betaalt voor een zieke medewerker dus evenredig meer pensioenpremie.

Stagiaires
Het recht op loondoorbetaling bij ziekte geldt niet voor stagiaires. Het recht op doorbetaling van de bezoldiging is voor deze groep medewerkers namelijk uitgesloten. Deze medewerkers kunnen een ZW-uitkering aanvragen. Het UWV beoordeelt of de stagiaire recht heeft op een ZW-uitkering.

Richtlijnen
Gemeenten moeten in een lokale ziekteverzuimregeling nadere voorwaarden stellen waaraan de zieke medewerker moet voldoen. Onderdeel hiervan is binnen welke termijn en bij wie de ziekmelding moet plaatsvinden.

Meer informatie

CAR-UWO artikel
Artikel 7:3
Artikel 7:4
Artikel 7:8:1
Artikel 7:8:2
Artikel 7:9
Lees de letterlijke tekst van deze artikelen  

Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.