Verlof sparen
De verlofspaarregeling is per 1 april 2006 komen te vervallen. De reden hiervoor is dat medewerkers met de invoering van de levensloopregeling een nieuwe mogelijkheid hebben om te sparen voor een langere periode van verlof.
De medewerker die voor 1 april 2006 gebruik maakte van de verlofspaarregeling behoudt zijn opgebouwde verloftegoed. Werkgever en medewerker bepalen in onderling overleg wat er gebeurt met het opgebouwde verloftegoed.
Er zijn hierbij twee scenario's denkbaar
:
- In het eerste scenario behoudt de medewerker zijn opgebouwde verloftegoed en bepalen werkgever en medewerker in onderling overleg wanneer dat verlof wordt genoten.
- In het tweede scenario wordt het verloftegoed van de medewerker gekapitaliseerd en gestort in de levensloopregeling.
Behouden van opgebouwd verloftegoed
Als het opgebouwde verloftegoed blijft staan, bepalen werkgever en medewerker in onderling overleg wanneer dit verlof wordt genoten. De medewerker kan aangeven op welk moment hij het verlof wil genieten. Het verlof wordt verleend tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten.Het verlof wordt zoveel mogelijk in een aaneengesloten periode opgenomen. Het verlof kan op elk willekeurig moment worden opgenomen, ook voorafgaand aan pensionering en een periode van levensloopverlof.
Kapitaliseren van verloftegoed
Werkgever en medewerker kunnen besluiten het opgebouwde verloftegoed om te zetten in een geldbedrag (kapitaliseren van verlof). Dit bedrag wordt vervolgens gestort op de levenslooprekening van de medewerker. De werkgever is niet verplicht om in te stemmen met een verzoek tot kapitalisatie van het verlof. Ook een medewerker kan niet worden verplicht zijn verlofspaartegoed te kapitaliseren.
Het kapitaliseren van het verlof kan alleen binnen de randvoorwaarden van de levensloopregeling. De wettelijke levensloopregeling bepaalt dat een medewerker niet meer mag sparen op zijn levenslooprekening wanneer het saldo meer bedraagt dan 210% van het loon over het voorgaande kalenderjaar. Ook geldt de voorwaarde dat jaarlijks maximaal 12% van het loon in het kalenderjaar mag worden ingelegd. Voor medewerkers geboren na 1949 en voor 1955 geldt dit laatste maximum niet.
Bij kapitalisatie van het verlof geldt het uurloon van de ambtenaar op het moment van kapitaliseren.
De medewerker en werkgever kunnen op elk willekeurig moment overgaan tot kapitalisatie van het verloftegoed. Wanneer dit jaar het verlof niet (volledig) wordt gekapitaliseerd kan in een volgend jaar alsnog worden besloten dit wel te doen.
Voorbeeld 1
Thomas is geboren in 1970 en heeft een verlofspaartegoed van 352 uur. Zijn salaris (schaalbedrag) bedraagt € 2000. Zijn jaarinkomen is €28.000. Hij heeft nog geen tegoed op zijn levenslooprekening. - De waarde van één verlofuur is het schaalbedrag * 1/156 = 2000/156 = € 12,82
- De totale waarde van zijn verloftegoed bedraagt € 12,82 * 352 = € 4512,64.
- Op basis van zijn jaarinkomen mag hij maximaal 12 % van € 28.000 = € 3360 sparen op zijn levenslooprekening.
- Thomas kan dit jaar maximaal 262 uur (= 3360/12,82 afgerond) kapitaliseren. Dit komt overeen met een bedrag van € 3359. De overige uren (352-262 = 90) blijven staan als verlof en kunnen eventueel in een volgend jaar worden gekapitaliseerd.
Voorbeeld 2
Lucas is geboren in 1951 en heeft een verlofspaartegoed van 300 uur. Zijn salaris (schaalbedrag) is €3250. Zijn jaarinkomen is €45.000. Hij heeft een saldo van €90.000 op zijn levenslooprekening. - Omdat Lucas al een tegoed heeft op zijn levenslooprekening moet eerst worden bekeken of hij nog verder mag sparen. Het saldo mag niet meer bedragen dan 210% van zijn jaarinkomen. In dit geval mag het saldo dus niet meer bedragen dan 210% * € 45.000 = €94.500. Dit jaar mag Lucas nog €4.500 (94.500 90.000) sparen. De bepaling dat jaarlijks maximaal 12% van zijn jaarinkomen mag worden ingelegd is niet van toepassing op deze ambtenaar omdat hij is geboren na 1949 en voor 1955.
- De waarde van één verlofuur is €3250/156 = €20,83.
- De totale waarde van zijn verloftegoed bedraagt € 20,83 * 300 = € 6249. Dit is meer dan het maximale dat Lucas nog mag sparen.
- Er kan dit jaar dus maximaal 216 uur (= 4500/20,83) worden gekapitaliseerd. Dit komt overeen met een bedrag van € 4499. De overige uren (300-216 = 84) blijven staan als verlof en kunnen eventueel in een volgend jaar worden gekapitaliseerd indien het dan wel binnen de gestelde voorwaarden mogelijk is.
Samenloop met ontslag
In geval van ontslag op verzoek worden de verlofuren zoveel mogelijk voor de ontslagdatum opgenomen. In overeenstemming met de medewerker kan hiervoor de maximale opzegtermijn zonodig worden verlengd. Wanneer dit niet mogelijk is in verband met het aanvaarden van een andere betrekking worden de resterende verlofuren aan de medewerker uitbetaald.
Bij ontslag wegens reorganisatie, onbekwaamheid of ongeschiktheid, Pré-vut of FPU neemt de medewerker voorafgaand aan het ontslag de resterende verlofuren op. Als dit niet mogelijk is, wordt het niet opgenomen verloftegoed uitbetaald.
Bij ontslag wegens het niet nakomen van bepaalde verplichtingen bij ziekte of als disciplinaire straf is de medewerker verplicht het resterende verloftegoed op te nemen. Dit verlof gaat in op de dag dat het voornemen tot ontslag is meegedeeld. Het ontslag gaat in op de eerste dag na afloop van het verlof.
Bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid of ontslag aansluitend op politiek verlof wordt het resterende verloftegoed uitbetaald.
Als de medewerker overlijdt, wordt aan de nabestaanden het resterende verloftegoed uitbetaald.
Bij gedeeltelijk ontslag maken medewerker en leidinggevende nadere afspraken over de opname van het resterende verloftegoed.
Indien het resterende verlof bij ontslag wordt uitbetaald, geldt het uurloon van de medewerker op het moment van uitbetalen.
CAR-UWO artikel
Artikel 4:3
Lees de letterlijke tekst van deze artikelen
Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.