Vakantieopbouw en vakantieopname tijdens ziekte
De medewerker die ziek is, bouwt alleen gedurende de laatste zes maanden van zijn ziekte vakantie op.
Vakantieopbouw
Als een medewerker ziek is, wordt alleen gedurende de laatste zes maanden van de periode van afwezigheid wegens ziekte of zwangerschap en bevalling voorafgaande aan volledig herstel of ontslag vakantie opgebouwd. Een uitzondering bestaat in het geval dat de ziekte aan de schuld of nalatigheid van de medewerker te wijten is.
Hoeveel vakantie een medewerker in een jaar, waarin hij ziek is geweest, opbouwt, kan dus pas na volledig herstel, dan wel na ontslag worden vastgesteld. Praktisch gezien is het derhalve raadzaam om in het geval van dreigend langdurige ziekte de vakantieopbouw te stoppen vanaf de eerste ziektedag en een herberekening van de vakantie te maken op het moment dat iemand volledig herstelt.
Voorbeeld
Michiel is op 1 mei 2000 ziek geworden. Op 1 mei 2001 herstelt hij weer volledig. In 2000 heeft Michiel dus vakantie opgebouwd gedurende de periode 1 januari tot 1 mei en de periode van 1 november tot 31 december, dus gedurende 6 maanden. Over het jaar 2001 bouwt Michiel volledig vakantie op. De periode van 1 januari 2001 tot aan zijn herstel op 1 mei 2001 valt namelijk binnen de laatste zes maanden van ziekte.
Gedeeltelijk ziek
Zolang de medewerker voor minimaal 45% van de voor hem vastgestelde werktijd zijn betrekking vervult, wordt ook vakantie opgebouwd. Deze periode wordt opgeteld bij de periode van 6 maanden, waarin in ieder geval vakantieopbouw plaatsvindt.
- Voorbeeld
Piet is vanaf 1 januari 1999 ziek. Op 1 mei 1999 herstelt hij gedeeltelijk. Hij kan voor 60% van zijn werktijd zijn werkzaamheden verrichten. Op 1 oktober 1999 valt hij weer volledig uit. Op 1 mei 2000 herstelt hij volledig. Piet bouwt tijdens zijn ziekte vakantie op gedurende de 5 maanden van 60% werken (1 mei 1999 tot 1 oktober 1999) en gedurende de laatste 6 maanden van zijn ziekte (1 november 1999 tot 1 mei 2000).
- Voorbeeld
Jannie is vanaf 1 januari 1999 ziek. Zij herstelt op 1 oktober 1999 voor meer dan 45%. Op 1 december 1999 herstelt zijn volledig. Jannie bouwt tijdens haar ziekte vakantie op gedurende 8 maanden, te weten : gedurende de periode van 1 oktober 1999 tot 1 december 1999(de periode waarin zij meer dan 45% werkt) én gedurende de laatste zes maanden voor volledig herstel, waarbij periode van meer dan 45% werken buiten beschouwing wordt gelaten. In de 9 maanden van ziekte van 1 januari 1999 tot 1 oktober 1999 wordt dus over 6 maanden verlof opgebouwd.
Soms ziek, soms beter
Wanneer een medewerker soms ziek is en soms volledig herstelt, wordt een ziekte als voortzetting van de eerdere ziekte beschouwd wanneer een periode van minder dan 4 weken is verstreken tussen volledig herstel en hernieuwde ziekte.
Voorbeeld
Annemiek wordt op 1 mei 2000 ziek. Op 1 juni herstelt zij volledig. Op 15 juni valt zij weer uit en werkt zij minder dan 45%. Op 1 januari 2001 gaat zij weer volledig werken. De vakantieopbouw van Annemiek vindt plaats gedurende 6 maanden en 2 weken, te weten over de periode van 1 juni tot 15 juni 2000 en van 1 juli 2000 tot 1 januari 2001.
Vakantieopname
Tijdens ziekte mag een medewerker ook met vakantie, zij het met toestemming van de bedrijfsarts. Is de medewerker volledig ziek, dan wordt geen vakantie ingehouden. Is de medewerker echter gedeeltelijk ziek, dan moet hij vakantie opnemen alsof er geen sprake is van ziekte. De werkgever mag van deze laatste regel afwijken.
Voorbeeld
Cor werkt wegens ziekte 4 uur per dag. Normaal gesproken zou hij 7,2 uur per dag werken. Als Cor een week vakantie wil opnemen, moet hij 36 uur van zijn verlofkaart afschrijven.
Vakantie over aan het einde van een kalenderjaar
Wanneer wegens ziekte vakantie-uren resteren, worden deze in een volgend kalenderjaar verleend. Zie ook de module vakantie.
Veel gestelde vragen
CAR-UWO artikel
Artikel 6:2:3
Lees de letterlijke tekst van deze artikelen
Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.