Zoeken

Verkopen van vakantieuren


De medewerker kan éénmaal per kalenderjaar een verzoek indienen tot verkoop van vakantieuren. Dit is één van de uitruilmogelijkheden van het gemeentelijke cafetariamodel, waarbij de medewerker vrije tijd ruilt voor geld.

Randvoorwaarden voor de verkoop
Jaarlijks heeft de voltijd medewerker recht op 158,4 vakantie-uren. Als we uitgaan van een werkdag van 7,2 uur (36 uur gedeeld door 5 dagen) komt dit overeen met 22 dagen verlof. Een voltijd medewerker kan van deze 158,4 vakantie-uren maximaal 72 uren verkopen. Hierbij geldt als extra voorwaarde, dat een medewerker verplicht is jaarlijks 144 vakantie-uren op te nemen. Als de medewerker in een bepaald jaar zijn wettelijke verlof niet volledig geniet, mogen die verlofuren in een later jaar niet worden verkocht. Dit volgt uit een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Dit Hof  heeft op 6 april 2006 (HvJ EG 6 april 2006, C-124/05) een uitspraak gedaan over de verkoop van de wettelijke vakantieuren. In de Europese richtlijn (93/104/EG) over arbeidstijden is geregeld dat medewerkers recht hebben op een jaarlijkse vakantie van tenminste vier weken. Het Hof heeft bepaald dat deze minimumperiode van de jaarlijkse vakantie niet mag worden vervangen door een financiële vergoeding. Voor de deeltijder gelden de hierboven genoemde grenzen naar rato.

Voorbeeld 1
Een medewerker treedt op 1 januari 2004 in dienst en heeft een volledig dienstverband. Hij heeft in dat jaar recht op 158,4 vakantieuren maar neemt 110 uur op in 2004. In 2005 wil hij de resterende 48,4 uur verkopen. Dit is niet toegestaan. Het wettelijk aantal vakantieuren van de medewerker bedraagt 144 (4 x 36). Het verschil tussen 158,4 en 144 mag hij verkopen (inzetten in het cafetariamodel) maar de overige uren moet hij opnemen in 2004 of in de jaren daarna.

Verhogen van vakantieaanspraken ten behoeve van verkoop
De medewerker, die het komende jaar 158,4 vakantie-uren heeft en geen vakantie-uren van het lopende jaar naar het komende jaar overhevelt, kan maximaal 14,4 vakantie-uren verkopen (158,4 uur minus 144 uur). Hij kan echter op twee manieren zijn vakantieaanspraken voor het komende jaar vergroten:

  • Door zijn werkgever te verzoeken om in het betreffende jaar langer te mogen werken en de meer gewerkte uren om te laten zetten in vakantie-uren. Zo'n verzoek kan betrekking hebben op maximaal 50,4 uur (voor deeltijders naar rato).
  • Door zijn werkgever te verzoeken om het extra verlof, dat hij krijgt als compensatie voor de overuren die hij in het komende jaar zal maken, om te zetten in vakantie-uren.

De extra vakantie-uren, die op deze twee manieren jaarlijks kunnen worden toegevoegd aan het 'normale' saldo met vakantie-uren, bedragen samen maximaal 50,4 uur (voor deeltijders naar rato). Deze vakantie-uren kunnen vervolgens weer worden verkocht.

Voorbeeld 2
Een medewerker treedt op 1 januari 2004 in dienst en heeft een volledig dienstverband. Hij heeft in dat jaar recht op 158,4 vakantieuren. Hij heeft een verzoek ingediend om 50,4 uur extra te werken en deze uren om te zetten in vakantieuren. In totaal heeft de medewerker 208,8 (158,4 + 50,4) vakantieuren in 2004. Hij neemt daarvan 130 uur op en houdt 78,8 (208,8 - 130)vakantieuren over. De medewerker heeft in 2004 niet het wettelijk aantal vakantieuren (144) opgenomen. Deze 14 (144 - 130) uren kan hij niet verkopen en neemt hij mee naar 2005. De ambtenaar kan van zijn vakantieaanspraak over 2004 64,8 (78,8 - 14,4) uren verkopen.

Vergoeding voor verkochte uren
De medewerker ontvangt per vakantie-uur een vergoeding ter hoogte van zijn uurloon. Het uurloon komt overeen met 1/156 deel van het bruto maandsalaris van een voltijd medewerker. Daarbij wordt uitgegaan van het januarisalaris van het jaar waarop het verzoek tot verkoop betrekking heeft.

Op deze vergoeding moeten uiteraard loonbelasting en premies worden ingehouden. Op lokaal niveau kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt over de vergoeding.

Procedure

  • De medewerker moet zijn aanvraag tot verkoop van verlof vóór 1 november, voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, indienen. Op lokaal niveau kunnen afspraken worden gemaakt over een andere uiterste aanvraagdatum.
  • De werkgever beslist over de aanvraag van de medewerker. Het verzoek wordt in principe toegewezen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.
  • Als een verzoek wordt afgewezen, kan de medewerker hiertegen bezwaar maken. Het afwijzen van een dergelijk verzoek is immers een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen
Van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang is in ieder geval sprake als toekenning van de aanvraag tot verkoop leidt tot ernstige problemen:

  • Van financiële aard;
  • Van organisatorische aard;
  • Wegens het niet voor handen zijn van voldoende werk omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting daartoe geen ruimte biedt.

Samenloop met verkoop van leeftijdsverlof
Hierboven wordt alleen gesproken over het basisverlof van 158,4 uur. Aan dit basisverlof worden in sommige gemeenten nog extra vakantiedagen toegevoegd voor mensen in een bepaalde leeftijdscategorie (de zogenaamde leeftijdsverlofdagen). Soms kennen deze gemeenten ook een regeling tot verkoop van leeftijdsverlof, waarin de medewerker in de gelegenheid wordt gesteld maximaal 21,6 uur leeftijdsverlof te verkopen.
De verkoop van leeftijdsverlof staat los van de verkoop van vakantie-uren. Na verkoop van 21,6 uur leeftijdsverlof is het daardoor nog mogelijk om 72 uur uur vakantieverlof te verkopen.

Meer informatie
Door het CvA is een publicatie 'Cafetariamodel in de gemeentelijke sector, keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden' gemaakt, waarin meer informatie is te vinden over de verkoop van verlof en het cafetariamodel in het algemeen. Deze publicatie is een uitgave van de SDU Uitgevers (2001, ISBN 9032275348).

CAR-UWO artikel
Artikel 3:2:1, derde lid
Artikel 4a:1
Artikel 6:2, tweede lid
Lees de letterlijke tekst van deze artikelen

Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.