Werkloos op of na 1 juli 2008? Kijk op bovenwettelijke werkloosheidvoorzieningen na 1 juli 2008 voor de rechten die dan gelden.
De aanvullende uitkering geeft recht op een aanvulling op de WW-uitkering.
De medewerker die voor een aanvullende uitkering in aanmerking wil komen, moet recht hebben op een loongerelateerde WW-uitkering en moet ontslagen zijn:
Wanneer de medewerker recht heeft op suppletie, komt het recht op de aanvullende uitkering niet tot uitbetaling.
Voor mensen van wie de eerste werkloosheidsdag valt op of na 1 augustus 2004 wordt de aanvulling gegeven zolang er recht is op een loongerelateerde WW-uitkering. Voor mensen van wie de eerste werkloosheidsdag valt voor 1 augustus 2004 geldt een overgangsregeling.
Hoogte van de uitkering
De aanvullende uitkering is een aanvulling op de WW-uitkering tot een bepaald percentage van het ongemaximeerde dagloon van de medewerker. Dit percentage is:
Tijdens de uitkering geldt het verplichtingen- en sanctieregime van de WW. Dit betekent dat de oud- medewerker ingeschreven moet zijn bij UWV WERKbedrijf. Ook moet hij voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt, is of blijft. Onder meer de volgende redenen zullen als verwijtbaar worden beschouwd:
Wanneer op grond van de WW een sanctie wordt toegepast, wijzigt het bedrag van de aanvulling niet. Oftewel: een sanctie wordt niet gecompenseerd met een hogere aanvullende uitkering.
Wanneer een medewerker op grond van reorganisatie is ontslagen, nadat hij heeft aangegeven voor dit ontslag in aanmerking te willen komen en het UWV hem een sanctie oplegt wegens verwijtbare werkloosheid, wordt de aanvullende uitkering wel aangepast. Oftewel: de betreffende oud-medewerker krijgt een bedrag, dat gelijk is aan het bedrag wanneer geen sanctie was opgelegd.
De aanvullende uitkering eindigt als de WW-uitkering eindigt. Dit is onder meer, als:
Voor mensen van wie de eerste werkloosheidsdag valt op of na 1 augustus 2004 wordt de aanvulling gegeven zolang er recht is op een loongerelateerde WW-uitkering. Voor mensen van wie de eerste werkloosheidsdag valt voor 1 augustus 2004 geldt een overgangsregeling.
Wanneer een aanvullende uitkering na gehele beëindiging herleeft, eindigt de herleefde uitkering zoveel later als de periode van beëindiging heeft geduurd. Kort gezegd, gehele beëindiging heeft opschortende werking: gehele beëindiging verschuift de einddatum van de aanvullende uitkering. Uitzondering hierop is de eerste periode van 15 maanden, waarin de aanvulling tot 80% plaatsvindt. Deze periode wordt niet opgeschort.
Voorbeeld
Ellie heeft haar baan verloren en krijgt een WW-recht over de periode van 1 mei 2001 tot 1 mei 2003. Over deze periode heeft Ellie ook recht op een aanvullende uitkering. Over de periode van 1 mei 2001 tot 1 augustus 2002 (15 maanden later) heeft zij recht op een aanvulling tot 80% van het ongemaximeerde dagloon. Tot 1 mei 2003 heeft zij recht op een aanvulling tot 70% van het ongemaximeerde dagloon.
Op 1 januari 2002 vindt Ellie weer een andere (tijdelijke) baan. Deze baan duurt 4 maanden en eindigt op 1 mei 2002. Op 1 mei 2002 herleeft het recht op de aanvullende uitkering (de baan heeft maar 4 maanden geduurd en er ontstaat dus geen nieuw recht op een loongerelateerde uitkering). Tot 1 augustus 2002 heeft Ellie nog recht op een aanvulling tot 80% (de eerste periode van 15 maanden wordt niet met 4 maanden opgeschoven). De einddatum van de aanvullende uitkering schuift wel met 4 maanden op. Het recht op een aanvullende uitkering bestaat dus tot 1 september 2003.
De oud- medewerker die tijdens de periode van de aanvullende uitkering gaat werken en daaruit inkomsten geniet wordt voor minder uren werkloos. De aanvullende uitkering eindigt met dát deel dat behoort bij het aantal uren, waarvoor werk aanvaard is.
Wanneer een oud- medewerker tijdens de periode van de aanvullende uitkering recht krijgt op een Ziektewetuitkering wordt deze uitkering aangevuld tot 80%, respectievelijk 70% van het ongemaximeerde dagloon. Wanneer een oud- medewerker tijdens de periode van de aanvullende uitkering recht krijgt op een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof, wordt deze uitkering aangevuld tot 100% van het ongemaximeerde dagloon.
Wanneer de oud- medewerker die recht heeft op een aanvullende uitkering overlijdt, ontvangen de nabestaanden een uitkering ter hoogte van 100% van het ongemaximeerde dagloon van betrokkene, berekend over een periode van 13 weken. Een overlijdensuitkering op grond van de Ziektewet of andere wet of regelgeving wordt hierop in mindering gebracht.
Iemand die aansluitend aan zijn werkloosheid buiten Nederland woont en om die reden geen recht heeft op een Nederlandse WW-uitkering, heeft recht op een bovenwettelijke uitkering, die in hoogte en duur gelijk is aan de uitkering die hij gehad zou hebben als hij wel in Nederland zou wonen. De buitenlandse werkloosheidsuitkering wordt op deze bovenwettelijke uitkering in mindering gebracht.