NB: onderstaande regeling 'uitkering functioneel leeftijdsontslag' is van toepassing op medewerkers die vóór 1 januari 2006 zijn ontslagen op grond van het oude CAR- UWO artikel 8:3 'ontslag wegens FLO'. Vanaf 1 januari 2006 kunnen er dus geen medewerkers meer instromen in onderstaande regeling.
Voor medewerkers die vanaf 1 januari 2006 in dienst zijn getreden op een functie die op dat moment uitzicht gaf op FLO-ontslag, is overgangsrecht afgesproken.
Voor medewerkers die vanaf 1 januari 2006 in dienst zijn getreden op een functie die voorheen uitzicht gaf op FLO- ontslag geldt een nieuwe regeling: loopbaanbeleid voor bezwarende functies.
De voormalig medewerker die functioneel leeftijdsontslag heeft gekregen, ontvangt een FLO-uitkering van de werkgever tot aan zijn 65ste verjaardag. Een eventuele FPU uitkering wordt hierop in mindering gebracht.
Om recht te hebben op een FLO uitkering, moet iemand aan de volgende voorwaarden voldoen:
De FLO-uitkering bedraagt de eerste 60 maanden na het ontslag 80% van de laatstgenoten bezoldiging. Als betrokkene meer dan 30 pensioengevende dienstjaren heeft opgebouwd, krijgt hij gedurende deze periode nog een extra uitkering. Deze bedraagt 0,5% van de bezoldiging voor elk pensioengevend dienstjaar boven de 30 jaren. Er geldt een maximum uitkering van in totaal 85%. Na 60 maanden bedraagt de uitkering 70% van de laatstgenoten bezoldiging.
Voorbeeld
Een medewerker krijgt ontslag wegens FLO. Hij heeft daarvoor 35 jaar bij de gemeente gewerkt. Hij ontvangt de eerste 60 maanden 80% plus vijf maal 0,5% is 82,5% van zijn laatstverdiende bezoldiging. Na 60 maanden ontvangt hij 70%, tot aan zijn 65ste verjaardag.
Bij het bepalen van het uitkeringsrecht wordt uitgegaan van de laatstgenoten bezoldiging. Voor de toepassing van de FLO-regeling wordt als bezoldiging beschouwd:
De medewerker blijft tijdens de FLO-periode recht houden op salarisstijgingen die in de CAO worden afgesproken. Hij heeft echter geen recht meer op periodieke verhogingen.
De FLO-uitkering wordt verstrekt met ingang van de datum van het ontslag. De uitkering vervalt op de datum waarop betrokkene de 65-jarige leeftijd bereikt. Als hij eerder overlijdt, dan wordt de uitkering beëindigd op de dag na het overlijden.
De medewerker die met FLO gaat, is verplicht:
De toegekende FPU-uitkering wordt in mindering gebracht op de FLO-uitkering. De extra FPU-uitkering die medewerker mogelijk ontvangt omdat hij individueel heeft bijgespaard, wordt uiteraard niet in mindering gebracht. Als gedurende de FLO-periode de FPU-uitkering niet of niet geheel tot uitbetaling komt door onjuist handelen van de medewerker, dan wordt bij het berekenen van de FLO-uitkering rekening gehouden met de volledige FPU-uitkering.
Ook is de medewerker verplicht om inkomsten uit arbeid of inkomsten in verband met arbeid bij de werkgever op te geven. Als deze verplichting niet wordt nagekomen, dan kan de werkgever besluiten de uitkering slechts gedeeltelijk of niet uit te betalen.
Als de deelnemer aan de FLO-regeling nieuwe inkomsten krijgt, dan wordt de FLO-uitkering gekort. Het bedrag dat wordt ingehouden is gelijk aan het bedrag waarmee de inkomsten en de volledige FLO-uitkering samen de laatstgenoten bezoldiging overschrijden. Let wel: er wordt bij de berekening van het te korten bedrag rekening gehouden met de FLO-uitkering waarop de FPU-uitkering niet in mindering is gebracht.
Voorbeeld
De medewerker krijgt nieuwe inkomsten ter hoogte van € 1.000,-. De volledige FLO-uitkering, dus de uitkering voordat de FPU in mindering is gebracht, bedraagt € 2.500,-. De ambtenaar verdiende voordat hij met FLO ging € 3.125,-. De FLO-uitkering wordt in dit geval met € 375,- verminderd. Dit is immers het bedrag waarmee de volledige FLO-uitkering samen met de nieuwe inkomsten de oorspronkelijke bezoldiging teboven gaat.
De medewerker bouwt voor de helft pensioen op totdat hij 62 jaar wordt.
De werkgever informeert betrokkene tweemaal schriftelijk over de mogelijkheden tot vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw: drie maanden voor zijn ontslag èn drie maanden voor het bereiken van de 62-jarige leeftijd. Indien de medewerker op 1 april 1997 jonger was dan 50 jaar, geldt het volgende:
Indien de medewerker op 1 april 1997 ouder was dan 50 jaar, geldt het volgende:
De werkgever kan de uitkering geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren, als betrokkene zich zodanig gedraagt dat hij ontslagen zou zijn, als hij nog in dienst was geweest.