In de lokale bezoldigingsverordening worden nadere regels gesteld omtrent inschaling.
Bij indiensttreding onderhandelen werkgever en medewerker onder andere over de manier waarop de inschaling geschiedt. Ook over overige componenten van de bezoldiging, zoals een arbeidsmarkttoelage, kan onderhandeld worden.
De bezoldiging wordt bepaald met inachtneming van de aard van de betrekking en de wijze waarop de medewerker deze vervult. Ook bekwaamheid en geschiktheid voor werkzaamheden die niet tot de eigenlijke betrekking behoren kunnen hierbij in aanmerking worden genomen. Daarnaast kunnen leeftijd en dienstjaren van de medewerker ook van betekenis zijn bij de bepaling van de bezoldiging.
Er zijn twee salarisstructuren voor gemeentelijke medewerkers, de oude en de nieuwe salarisstructuur. Het is de bedoeling dat de oude salarisstructuur uiteindelijk verdwijnt. Om dit te bewerkstelligen zijn de volgende overgangsregels opgesteld: