Toelage onregelmatige dienst

Een medewerker heeft recht op een toelage onregelmatige dienst (TOD) over vastgestelde werktijden die als onregelmatig beschouwd kunnen worden. Onregelmatig zijn de werktijden die niet vallen op maandag tot en met vrijdag van 8:00 en 18:00.

Voorwaarden

In afwijking op de hoofdregel heeft een medewerker geen recht op TOD als er ten hoogste 3 uur op maandag tot en met zaterdag op onregelmatige uren wordt gewerkt.
Bij arbeid op zondag wordt de TOD ook bij minder dan drie uur uitbetaald. Als er meer dan 3 uur wordt gewerkt op onregelmatige uren dan wordt ook over de eerste 3 uur TOD uitbetaald.

Voorbeeld

Een medewerker werkt volgens een rooster op maandag tot en met vrijdag van 9:00 uur tot 16:30 uur en op zaterdag van 12:00 uur tot 13:00 uur. De medewerker heeft in dit geval geen recht op TOD. Hij heeft in de betreffende week maar één uur op onregelmatige tijden (in dit geval zaterdag) gewerkt.

Overgangsbepaling

Personen die voor 1 januari 1997 als regel al op zaterdag werkten, behouden hun TOD voor het werk op zaterdag, ook als er minder dan 3 uur op onregelmatige uren wordt gewerkt.

Hoogte van TOD

De hoogte van de TOD is een lokale aangelegenheid en kan in verschillende vormen uitbetaald worden. Gemeenten hebben in hun bezoldigingsverordening de verschillende mogelijkheden opgenomen.
Er kan een toeslag worden betaald over het salaris per uur. Bij verschillende tijden horen dan verschillende percentages. Op zondag zal de toeslag over het algemeen hoger zijn dan op maandagavond.
Een gemeente kan ook een vaste toelage per maand verschaffen. Dit zal vaker voorkomen als er sprake is van vaste roosterdiensten.

Uitzondering

De werkgever kan lokaal nader regelen in welke gevallen geen aanspraak op een TOD bestaat. Er kan bijvoorbeeld lokaal worden vastgesteld dat er geen TOD wordt betaald als bij de functiewaardering rekening is gehouden met onregelmatige tijden.

TOD bij ziekte

Tijdens ziekte moeten vergoedingen en toelagen worden doorbetaald, ook de TOD. In een lokale regeling moet worden vastgesteld welke referteperiode geldt.

Voorbeeld
Lokaal heeft een gemeente vastgesteld dat een referte-tijdvak van 3 maanden geldt. Een medewerker wordt per 1 april ziek.
De toelage onregelmatige dienst was in januari 100 euro, in februari 200 euro en in maart 30 euro.
Per 1 april bestaat de wegens ziekte door te betalen bezoldiging dus uit het salaris verhoogd met (100+200+30)/3=110 euro.