De medewerker heeft, onder bepaalde voorwaarden, recht op een vergoeding van de schade aan kleding, uitrusting en motorrijtuig ontstaan door de uitoefening van zijn functie.
De werkgever vergoedt schade aan kleding en uitrusting ontstaan door uitoefening van de functie alleen als deze schade geen gevolg is van eigen schuld, nalatigheid of normale slijtage.
Voorbeeld
Een medewerker haalt zijn pantalon open aan een bureaula die open staat. De werkgever hoeft in dit geval de schade niet te vergoeden omdat de medewerker de la niet open had moeten laten staan. Daarentegen komt de schade wel voor vergoeding in aanmerking, wanneer de lade niet gesloten kan worden door bijvoorbeeld gebrekkig onderhoud.
Voorbeeld
De jas van een beleidsmedewerker wordt gestolen uit de centrale garderobe van de gemeente. De werkgever zal de geleden schade niet hoeven te vergoeden aangezien de schade voor de medewerker niet is ontstaan door de uitoefening van zijn functie.
Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding mag de werkgever rekening houden met normale slijtage. Het is niet de bedoeling dat de medewerker een onrechtvaardig voordeel geniet door standaard de schade te vergoeden op basis van de nieuwwaarde van een goed.
Schade die is ontstaan tijdens een dienstreis aan een motorvoertuig van de medewerker wordt in principe vergoed.De werkgever vergoedt deze schade niet wanneer:
De rechtspositie regelt niets over de hoogte van de vergoeding. Dit zou zowel de schade aan de auto kunnen zijn als het verlies aan no-claimkorting. Het is aan de werkgever hieraan invulling te geven.
Wanneer een medewerker schade ondervindt die niet kan worden ondergebracht in de bovenstaande categorieën, kan de werkgever eventueel besluiten de medewerker schadeloos stellen en/of een vergoeding in de kosten verlenen.