De werkgever stelt met instemming van de ondernemingsraad jaarlijks een opleidingsplan voor de organisatie op. In dit plan geeft de werkgever de doelstellingen van het opleidingsbeleid aan, de criteria die gelden voor het toestaan en volgen van een opleiding en de budgettaire voorwaarden voor bekostiging van opleidingen en/of trainingen.
Tip: praktijkvoorbeelden van opleidingsplannen
De medewerker heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van zijn mobiliteit en inzetbaarheid. De werkgever moet de medewerker hierbij actief ondersteunen en begeleiden.
In 2013, 2014 en 2015 hebben ambtenaren recht op een individueel loopbaanbudget (ILB) van EUR 500 per jaar. Deze regeling is gemaakt om een verdere impuls te geven aan loopbaanbeleid en mobiliteit.
De regeling is voor iedere ambtenaar gelijk. Iedere ambtenaar heeft recht op hetzelfde budget van EUR 500. Dit budget is niet afhankelijk van de duur van het dienstverband of het aantal uren per week dat de ambtenaar werkt. Ook indien de ambtenaar in de loop van het jaar in dienst treedt heeft hij recht op hetzelfde ILB.
Het ILB kan worden ingezet ter bevordering van inzetbaarheid en arbeidsmarktpotentie. De opsomming van bestedingsdoelen in artikel 17:3 lid 3 is niet limitatief, het spectrum van de bestedingsdoelen is breed. Opleidingsactiviteiten die noodzakelijk zijn voor de functie vallen echter niet onder het ILB.
Per jaar bepaalt de ambtenaar, in overleg met zijn leidinggevende, de bestemming van zijn budget. Dit wordt vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelingsplan of een aanvulling daarop. Indien het ILB na verloop van het kalenderjaar waarin de aanspraak is opgebouwd niet is benut, komt het te vervallen.
De ambtenaar kan er voor kiezen (een deel van) het ILB op te sparen tot en met uiterlijk 31 december 2015, zodat hij in één keer een groter budget kan besteden. De periode en het bestedingsdoel waarvoor het budget wordt opgespaard moet worden overeengekomen met de werkgever en vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelingsplan. In dat geval komt het budget dus niet te vervallen aan het eind van 2013 en/of 2014. Indien het opgespaarde budget na verloop van de overeengekomen periode of op 31 december 2015 niet of niet volledig is benut komt het resterende budget wel te vervallen. Sparen omdat men nog niet weet waaroor men het ILB wil inzetten is niet mogelijk.
Als een ambtenaar uit dienst treedt komt het ILB te vervallen.
De werkgever en de medewerker spreken tenminste één keer in de drie jaar een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) met elkaar af.
In dit plan spreken de werkgever en de medewerker met elkaar af op welke manier vorm gegeven wordt aan de loopbaanontwikkeling en de ontwikkeling van kennis en vaardigheden van de medewerker. In (een aanvulling op) het persoonlijk ontwikkelingsplan worden tevens de afspraken rondom het ILB vastgelegd.
In het POP kunnen diverse soorten afspraken worden gemaakt om vorm te geven aan de loopbaanontwikkeling van de medewerker. Dit kunnen afspraken zijn zoals het krijgen van coaching, het tijdelijk verrichten. van andere werkzaamheden, het volgen van een seminar of het volgen van een opleiding. Voorwaarde is wel dat deze afspraken zowel het belang van de medewerker als het belang van de organisatie dienen.
Als de medewerker in het kader van zijn loopbaanontwikkeling een opleiding gaat volgen, kunnen de werkgever en de medewerker afspraken maken over bijvoorbeeld:
De kosten voor de (opleidings)activiteiten die men gaat ondernemen naar aanleiding van het persoonlijk ontwikkelingsplan worden volledig door de werkgever betaald. Van de medewerker kan bijvoorbeeld een bijdrage in de vorm van verlof worden gevraagd. Dit naar gelang het tijdstip waarop bijvoorbeeld een opleiding moet worden gevolgd en al naar gelang het belang dat de medewerker zelf heeft bij het volgen van de opleiding. Dit is maatwerk en onderwerp van gesprek tussen leidinggevende en medewerker. Afspraken over de bijdrage van de medewerker worden vastgelegd in het POP.
De medewerker heeft na iedere vijf jaar in dienst te zijn geweest recht op loopbaanadvies. De werkgever wijst een interne of externe deskundige aan die dit advies uitbrengt. Het gaat erom dat dit advies voorziet in een behoefte van de medewerker of de werkgever om verder vorm te geven aan de ontwikkeling van de medewerker.
Tip: het A+O fonds gemeenten kent een ontwikkelscan waar medewerkers bij de gemeenten kosteloos gebruik van kunnen maken.
Door de vergrijzing en het feit dat mensen langer moeten doorwerken is het meer dan ooit noodzakelijk om het werk van oudere medewerkers af te stemmen op hun mogelijkheden en wensen. Daarom dient in functionerings- en/of POP-gesprekken met medewerkers van 50 jaar en ouder de belasting en belastbaarheid aan de orde te komen. In deze gesprekken kunnen leidinggevende en medewerker, waar nodig, afspraken maken over de aanpassing van het individuele takenpakket.
Het college kan in een lokaal overeen te komen sociaal plan vaststellen welke mobiliteitsbevorderende voorzieningen beschikbaar kunnen worden gesteld aan ambtenaren die zich in een van-werk-naar-werk-traject bevinden. Hierbij kan worden gedacht aan reis- en verhuiskosten, suppletie van salaris bij het aanvaarden van een lager betaalde functie, stimuleringspremie bij vrijwillig ontslag etc.